Vendelgebed
Evenals vroeger in legenden het kwaad bevochten werd, zo strijden onze vendeliers in hun spel tegen kwaad en onrecht. Deze symbolische strijd met het vendel is tegelijkertijd een gebed, een gebed tot de Allerhoogste, om hulp in de strijd voor het goede. De vendeliers beginnen met het presenteren van de vendels als groet aan u allen.
Vendeliers:
Presenteert uw vendel, neigt uw vendel, zwaait uw vendel voor God,
Koningin en Vaderland. Tamboers: Roert uw trom.
Het vendel wordt boven het hoofd gezwaaid.
De vendeliers brengen boven hun hoofd de groet aan de Allerhoogste.
Alvorens de strijd te beginnen vragen zij om moed om de strijd eerlijk en goed te mogen volvoeren. tevens smeken zij om sterkte voor zichzelf.
Het vendel draait om het middel.
De vendeliers worden uitgenodigd al hun krachten in te zetten, de strijd zal zwaar zijn.
De vendeliers draaien het vendel om een knie, terwijl het andere been wordt opgetild.
Het vendel zakt, de strijd wordt heviger, doch de vendeliers kunnen zich nog op een been staande houden.
Hierna draait het vendel rond de enkels.
Al wordt het gevecht moeilijk, de vendeliers zullen hun uiterste best doen het vendel draaiend te houden.
Belangrijker is echter dat het rein blijft, het is immers het symbool van de reinheid.
Nu draait het om beide knieën.
De vijand wordt iets moe, de vendeliers komen weer overeind.
Hun vendel zal weer hoger gaan zwaaien.
Wederom draait het vendel om het middel.
Ze zullen voor de strijd al hun krachten moeten bundelen en rondom zich waakzaam moeten zijn.
Het vendel wordt boven het hoofd geworpen in een hand.
De vendeliers zenden nu een gebed ten hemel, teneinde in deze strijd de vertegenwoordigers van het goede te kunnen zijn en als zodanig te kunnen zegevieren
Het vendel draait om de hals.
De strijd wordt hevig, doch de vendeliers weren zich duchtig, ook al zou hen dat het hoofd kosten.
Het vendel wordt in de lucht geworpen.
Teneinde niet ten onder te gaan, moeten de vendeliers het vendel loslaten. Juist op tijd echter weten zij het met hun andere arm op te vangen.
In een forse slag wordt het vendel achter de rug gedraaid.
De vendeliers worden nu werkelijk van alle zijden aangevallen. Overal dreigt gevaar.
Dezelfde slag, maar nu achter de knieën.
De vijand tracht de vendeliers op hun knieën te krijgen.
Bijna zal dit lukken, maar met Gods hulp kunnen zij zich staande houden.
Dan is de strijd gestreden, de vendels worden opgerold.
Het werk is gedaan, de zege is ons.